2 Ieder zijn overtuiging

Boven en beneden

Met “ieder zijn overtuiging” bedoelen we dat de meeste mensen het tegen­woordig niet erg vinden als iemand gelooft, als ze daar zelf maar geen last van hebben (dus: geen betutteling door christelijke politici) en je hen maar niet probeert te overtuigen van `jouw` gelijk. Iedereen moet zelf maar weten waarin hij of zij gelooft (of niet gelooft).

In zekere zin is deze opvatting zelfs in de hand gewerkt door een aantal spraakmakende theologen. Iemand als Kuitert beweert: “alle spreken over boven komt van beneden”. Hij bedoelt daarmee: er is geen van God gege­ven openbaring. Integendeel: alles wat in de Bijbel, of in een preek of in een persoonlijk gesprek, over God (`boven`) gezegd wordt, is door mensen (`beneden`) bedacht. Zo`n gedachte leidt al heel snel tot het relativeren van waarheden. Uiteindelijk zal ieder voor zich dan moeten bepalen wat waar is en waar je dus in kunt geloven. Dit soort gedachten zijn (al of niet bewust doordacht) diep doorgedrongen in de kerken. En het heeft het getuigenis van het christendom in ons land ernstig verzwakt. Je bent tegenwoordig echt een uitzondering als je zegt dat je gelooft in een van God gegeven waarheid. Soms lijkt het erop dat een moslim je op dit punt beter begrijpt dan de gemiddelde autochtone Nederlander.

Fijn voor jou…

Intussen maakt dit een getuigend gesprek niet gemakkelijk. Zeker, een sterk negatieve reactie zul je tegenwoordig minder vaak krijgen dan bijvoorbeeld dertig jaar geleden. Mensen willen best naar je luisteren als je wilt vertellen over jouw gedachten over en ervaringen met God. En inder­daad: hun ouders hebben best wel baat gehad bij hun geloof. Maar henzelf boeit het niet zo. “Fijn dat het jou steun geeft! Maar ik heb er zelf gewoon niet zo`n behoefte aan…”

Een voorbeeld uit de praktijk: een maatschappelijk zeer actief echtpaar, heel vriendelijk, christelijk opgevoed. Vader was getroost gestorven, in de verwachting van een eeuwig leven bij God. Familie die lid is van de Gere­formeerde Gemeente: heel goed contact mee, maar ze hebben het met elkaar niet over het geloof. Zelf komen ze niet meer in de kerk, want God bestaat niet (die is door mensen bedacht), en dood is dood. Prima dat vader zo`n steun had aan het geloof – dat paste in die tijd. Nu weten we beter. Ook zonder God kunnen we zin geven aan dit leven.

Tja, dan ben je op een gegeven moment uitgepraat.

Wat zit hier achter?

Wat kan er achter zo`n houding zitten? In het algemeen kunnen mensen vier verschillende redenen hebben om “ieder zijn overtuiging” te laten:

  • we komen er toch niet uit – we hebben geprobeerd om het samen eens te worden over wat waarheid is, maar het is ons niet gelukt; we zijn daardoor teleurgesteld;
  • iedereen maakt zijn eigen waarheid – we hebben nog steeds een grote verwachting van wat we als mens kunnen, namelijk: onze eigen waarheid scheppen;
  • we moeten elkaar vrij laten – je moet elkaar respecteren; als je zegt dat jouw geloof het enige ware is, sluit je anderen uit; fundamentalisten zijn een gevaar voor de samenleving;
  • onverschilligheid – ik heb gewoon helemaal geen zin om over God en geloven na te denken.

Wat zegt God in de Bijbel over dit onderwerp?

Voor een christen is de Bijbelse waarheid voor iedereen hetzelfde. Maar we moeten niet denken dat de waarheid zomaar voor iedereen duidelijk zal zijn – als ze de Bijbel maar lezen. Wij mensen kunnen de waarheid helemaal niet op eigen kracht ontdekken: die waarheid wordt ons juist door God geschónken. God openbaart Zich aan ons. En als we eerlijk zijn, ontdekken we hoe verleidelijk het is om zélf een beeld te maken van God, om God aan te passen aan ons beperkte denkvermogen of aan onze eigen wensen (tweede gebod!).

Het bijzondere van Gods openbaring is dat de waarheid niet een rijtje geboden is, maar een Persoon: Jezus Christus. Hij heeft gezegd: “Ik ben de Waarheid.” Hij is de bron van de waarheid in levende lijve. Hierover zei de schrijver en verdediger van het geloof C.S. Lewis: iemand die zoiets van zichzelf zegt, is òf niet goed wijs òf Hij moet volstrekt serieus genomen worden. Iets ertussenin kan niet.

In die Persoon ontmoeten we Degene door Wie we geschapen zijn. God is de Schepper van alle mensen. Daarom is Zijn waarheid voor iedereen gel­dig en betekenisvol. Die waarheid is niet door onszelf te ontdekken, maar ontdekt ons wel aan onszelf! En als we eerlijk zijn, is Gods waarheid eigen­lijk ook wel herkenbaar.

Een ijkpunt buiten onszelf

Tot slot de vraag: wat kunnen we met deze Bijbelse gegevens? We zouden in een getuigend gesprek de vraag kunnen stellen of we als mens zónder (absolute) waarheid kunnen leven: de waarheid over goed en kwaad, de waarheid over de zin van het leven. Is er te leven met de gedachte dat het verschil tussen goed en kwaad simpelweg een kwestie van afspraak is tus­sen mensen, en niet een van God gegeven waarheid? Als alles relatief en onderhandelbaar is en er geen vaststaande waarheden zijn, wat zou dat betekenen voor onze samenleving? En als we ervan uitgaan dat ieder zijn eigen waarheid `maakt` en we elkaar daar dan vrij in laten – wat zou dat voor gevolgen hebben voor de maatschappij? Je hoeft alleen maar te den­ken aan wat er gebeurde onder Hitler-Duitsland… Het zou juist van wijsheid getuigen om te erkennen dat we er als mens niet zelf uitkomen: we hebben het echt nodig dat we erkennen dat God de Bron van Waarheid is.

Intussen moeten we wel oppassen dat we deze boodschap niet op een triomfantelijke manier verkondigen. Wie zichzelf een beetje kent, zal op dit punt bescheiden zijn. Maar dat wil niet zeggen dat we het er maar bij moe­ten laten zitten. Het vergt moed om tegen de stroom van het huidige relati­visme in te gaan.

Lees verder: (3) Het gaat in alle godsdiensten toch om hetzelfde?

Naar Inleiding