Jaarthema ‘Oog voor elkaar’

De discipelen

Het leven van de discipelen gedurende het leven van Jezus staat centraal. Per onderwerp bespreken we de belangrijkste momenten; de essentie daarvan staat tussen haakjes per bijbelgedeelte genoemd. Eventueel kun je andere bijbelgedeelten erbij pakken ter vergelijking.


1. Roeping

Markus 3:13-15 (discipel/apostel)
Markus 3:16-19 en Lukas 6:13-16 (naamsverschillen; waarom twaalf)
tijdsvolgorde van de roeping:
Johannes 1:35-42 (drie overgenomen van Johannes; Simon wordt rots)
Johannes 1:43-51 (Filippus, Nathanaël)
Matteüs 4:12-17 en Lukas 4:31-32 en 4:38-5:11 (wonderbare visvangst; nieuw begin)
Lukas 5:27-32 (Levi)


2. Begin van de activiteiten

Markus 3:20-6:6a
daarbinnen* met name:
Markus 3:31-35 (leerlingen in verhouding tot familie)
Matteüs 13:10-17 [=Markus 4:9-13**] en Markus 4:33-34 (het geheimenis gegeven)
Markus 4:35-41 (de storm op het meer)
Markus 5:18-20 (nóg een apostel?)
Markus 5:25-37 (onbegrip voor de werking van Jezus’ kracht; drie vooraanstaande discipelen)
Markus 6:1-6a (ongeloof in Nazareth)

** de tekst uit Matteüs is uitgebreider en dient ter vervanging van de verzen uit Markus.


3. Rondreis, spijzigingen, storm

Markus 6:6b-8:26
daarbinnen* met name:
Markus 6:6b-13 (uitzending: prediking en genezing; zie ook Matt. 10:5-11:1)
Markus 6:30-44 (terugkeer; eerste wonderbare spijziging: “geven júllie hun maar te eten”)
Markus 6:45-52 (discipelen met verharde harten zien een spook)
Markus 7:14-23 (wat maakt onrein?)
Markus 8:1-26 (tweede wonderbare spijziging: de ogen van de discipelen moeten worden geopend, net als bij een blinde)


4. onderricht aan de discipelen

Markus 8:27-9:50
bestaande uit de volgende onderdelen (en toevoegingen uit andere evangeliën):
Markus 8:27-9:1 (Wie is Jezus?; Petrus probeert Jezus van zijn roeping af te houden; Jezus volgen)
Markus 9:2-13 (verheerlijking op de berg)
Markus 9:14-29 (discipelen falen bij de bezeten jongen)
Markus 9:30-32 (tweede aankondiging van het lijden)
Matteüs 17:24-27 (tempelbelasting)
Markus 9:33-37 (wie is de belangrijkste?)
Lukas 9:51-58 en Markus 9:38-50 (Jezus is mild én radikaal)
Matteüs 18:15-22 (vermanen, binden en ontbinden, vergeven)
Lukas 11:1-4 (leer ons bidden; vergelijk Matteüs 6:9-13)

* om tijd te sparen, kun je de tussenliggende verzen kort samenvatten; voor de focus op de discipelen zijn ze niet nodig.


5. aankondiging lijden, intocht

Markus 10:1-11:26
bestaande uit de volgende onderdelen:
Markus 10:1-16 (gesprekken onderweg; horen kinderen erbij?)
Markus 10:17-31 (wie kan dan behouden worden?; alles opgeven)
Markus 10:32-52 (derde lijdensaankondiging; niet heersen maar dienen; genezing van Bartimeüs)
Markus 11:1-10 (intocht in Jeruzalem)
Markus 11:11-25 (reiniging van de tempel; vijgeboom)


6. eindtijd, laatste avondmaal

Markus 13:1-14:11
bestaande uit de volgende onderdelen (en toevoegingen uit andere evangeliën):
Markus 13:1-37 (rede over de laatste dingen)
Markus 14:1-11 (‘verkwisting’ en verraad)
Markus 14:12-16 – Johannes 13:1-30 – Markus 14: 22-25 (Pesachmaal)


7. verlating: van Gethsémané tot graf

Markus 14:26-15:47
bestaande uit de volgende onderdelen:
Markus 14:26-31 (verloochening voorzegd)
Markus 14:32-42 (Gethsémané)
Markus 14:43-52 (gevangenneming)
Markus 14:53-54 en 66-72 (verloochening door Petrus)
Johannes 19:25-27 (Johannes als enige discipel bij het kruis)
Markus 15:42-47 (een eerdere volgeling begraaft het lichaam van zijn meester)


8. getuigen van opstanding, uitzending

Johannes 20:1-29 (verschijningen van de Opgestane in Jeruzalem)
Matteüs 28:16-20 (zendingsbevel, in Galilea)
Johannes 21:1-23 (verschijning aan het meer van Galilea, Petrus in ere hersteld)
Handelingen 1:1-12 (Jezus neemt afscheid van zijn discipelen op de Olijfberg)

Download hier de gehele tekst als pdf: Oog voor elkaar bij de discipelen